Met ingang van augustus 2005 wordt de studiefinanciering voor studenten aan niveau 3 en 4 van de beroepsopleidende leerweg (bol), die niet eerder een beurs ontvingen voor een MBO-opleiding, toegekend in de vorm van een prestatiebeurs. Dat betekent enerzijds dat het recht op de prestatiebeurs is beperkt tot vier jaar (na deze vier jaar kan een student nog wel drie jaar lenen). Anderzijds betekent dit dat de toekenning van de basisbeurs, de aanvullende beurs en de ov-studentenkaart als gift afhankelijk is van het behalen van een diploma, voor minimaal niveau drie, binnen tien jaar, gerekend vanaf de eerste maand prestatiebeurs. Voor het geval er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de leerling vertraging oploopt of zelfs het diploma niet -tijdig- kan behalen, kent de Wet studiefinanciering 2000 bijzondere voorzieningen. Voor wat betreft de vraag of een student in aanmerking komt voor een bijzondere voorziening legt de wet de beoordeling voor een groot deel bij de onderwijsinstellingen. Om die reden heeft de IB-Groep aan alle instellingen verzocht door te geven wie er namens de instelling bevoegd zal zijn te oordelen over de verzoeken van de leerlingen.
Om er voor te zorgen dat deze 'tekenbevoegden' weten om welke voorzieningen het gaat en in welke gevallen ze toepassing kunnen vinden organiseert de IB-Groep instructies. Onze voorlichters zullen contact opnemen met de tekenbevoegden om een afspraak te maken voor een instructiebijeenkomst.