Begrippenlijst
A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W
  • Aangewezen onderwijs
    Door de overheid erkend, maar niet door de overheid gefinancierd onderwijs.
  • Aanloopfase
    De aanloopfase is de eerste fase van de terugbetalingsperiode en begint op 1 januari volgend op de einddatum van je opleiding of je recht op studiefinanciering. De aanloopfase duurt twee jaar.
  • Aanvullende beurs
    De aanvullende beurs is een onderdeel van de studiefinanciering. De aanvullende beurs hangt met name af van het inkomen van je ouders. Je aanvullende beurs wordt lager, naarmate het inkomen van je ouder(s) stijgt. Ook speelt mee of je broers of zussen hebt die in het voortgezet (speciaal) onderwijs zitten of een aanvullende beurs hebben.
  • Aanvullende toelage
    De aanvullende toelage is een onderdeel van de tegemoetkoming scholieren. De aanvullende toelage hangt af van het inkomen van je ouder en diens partner. Je aanvullende toelage wordt lager, naarmate het inkomen van je ouder(s) stijgt.
  • Afhaalbericht
    Het bericht dat je krijgt waarop staat waar en wanneer je je OV-studentenkaart kunt afhalen.
  • Aflosfase
    Na de aanloopfase van twee jaar start de aflosfase van meestal (maximaal) vijftien jaar. In de aflosfase moet je je schuld terugbetalen.
  • Al studerend in het buitenland
    Volgde je al een opleiding in het buitenland waarvoor per 1 september 2007 studiefinanciering mogelijk is, dan voldoe je misschien niet aan de 3 uit 6-eis. Om te voorkomen dat je hierdoor niet voor meeneembare studiefinanciering in aanmerking komt, zal de 3 uit 6-eis voor jou worden toegepast op de datum van aanvang van de opleiding die jij voor 1 september 2007 bent gaan volgen.
  • Angelsaksische landen
    De Angelsaksische landen (het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië om een paar te noemen) kennen geen binair onderwijssysteem, zoals in Nederland. Dit betekent dat in die landen geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Daarnaast is het in deze landen moeilijk om op voorhand te bepalen met welke Nederlandse opleiding de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is. De inhoud van de opleiding kan namelijk in de loop van de opleiding wijzigen, omdat de student zijn programma/vakkenpakket zelf min of meer kan vaststellen. Je loopt dus het risico dat we op basis van je diploma niet alle maanden prestatiebeurs die we je in eerste instantie hebben toegekend kunnen omzetten in een gift. Volg je een opleiding die niet opleidt tot een diploma, bijvoorbeeld een non-degree opleiding, dan kun je daarvoor geen studiefinanciering ontvangen.
  • Associate degree-opleiding
    Het associate-degreeprogramma is een tweejarige studie met een eigen wettelijke graad: de Associate degree (Ad).
  • Bachelor
    Bachelor is een graad die aangeeft dat iemand succesvol een bacheloropleiding heeft voltooid aan een hogeschool (hbo-bachelor) of universiteit (wo-bachelor).
  • Bachelor-masterstructuur
    De bachelor-masterstructuur (bama) houdt in dat het hoger onderwijs is verdeeld in een bachelorfase en een masterfase. In het hoger beroepsonderwijs (hbo) duurt een bachelor vier jaar, in het wetenschappelijk onderwijs (wo) drie jaar. De masterfase vindt na de bachelorfase plaats en duurt, zowel in het hbo als in het wo, minimaal een jaar. Na het afronden van de opleiding ontvang je een bachelortitel of mastertitel.
  • Basisbeurs
    De basisbeurs is een onderdeel van de studiefinanciering. Studeer je voltijd dan kom je in aanmerking voor een basisbeurs. De hoogte van de basisbeurs is voor uitwonende studenten hoger dan voor thuiswonende studenten.
  • Basistoelage
    De basistoelage is een onderdeel van de tegemoetkoming scholieren. De hoogte van de basistoelage is voor uitwonende scholieren hoger dan voor thuiswonende scholieren.
  • Bekostigd onderwijs
    Bekostigd onderwijs is door de overheid erkend en gefinancierd onderwijs.
  • Belastbaar loon
    Dit bedrag staat op je jaaropgave(s) die je krijgt van de werkgever(s) of uitkerende instantie(s). Heb je meerdere werkgevers of uitkeringen, dan tel je de bedragen bij elkaar op. Soms worden er andere woorden gebruikt voor het belastbaar loon, bijvoorbeeld loon voor de loonheffing, fiscaal loon of kortweg loon. Je moet niet uitgaan van het sv-loon (loon sociale verzekeringen).
  • Bericht
    DUO houdt iedereen op de hoogte van zijn of haar situatie met een overzicht. Dit overzicht, dat wordt verstuurd bij een eerste toekenning en na iedere wijziging, heet een Bericht.
  • Beroepsonderwijs
    In Nederland bestaat er middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Samen met het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) vormen mbo en hbo de zogeheten beroepskolom. Het beroepsonderwijs biedt studenten een grote variëteit aan opleidingen die opleiden voor een groot aantal verschillende beroepen. Ook wat niveau en aard betreft, verschillen de opleidingen. Het middelbaar beroepsonderwijs combineert leren op school met leren in de praktijk. In het hoger beroepsonderwijs is vrijwel altijd een praktijkstage ingebouwd.
  • Bewijs van inschrijving
    Zodra je je inschrijving aan een onderwijsinstelling hebt voltooid, ontvang je een Bewijs van inschrijving.
  • Bewijs van toelating
    Als je ingeloot bent voor een opleiding, ontvang je van DUO een Bewijs van toelating. Dit bewijs is vier weken geldig. Binnen deze termijn moet je je met je Bewijs van toelating inschrijven aan de hogeschool of universiteit.
  • Bewijs van uitschrijving
    Zodra je je uitschrijving aan een onderwijsinstelling hebt voltooid, ontvang je een Bewijs van uitschrijving.
  • Bijdragevrije voet
    De bijdragevrije voet is voor de berekening van de studiefinanciering van 2009 vastgesteld op € 16.084,26. Als één van de twee ouders overleden is, of als één van de twee ouders onbekend is, heeft de andere ouder een dubbele bijdragevrije voet (= € 32.168,52). Voor ouders bij wie voor de inkomstenbelasting naast de algemene heffingskorting, de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is en die niet in aanmerking komen voor de dubbele bijdragevrije voet, geldt een bijdragevrije voet van € 20.397,37.
  • Bijverdiencontrole
    DUO controleert achteraf je inkomsten bij de Belastingdienst. Als blijkt dat je meer hebt verdiend dan de bijverdiengrens dan moet je een bedrag terugbetalen.
  • Bijverdiengrens
    Je mag maar een bepaald bedrag naast je studiefinanciering bijverdienen. Dit bedrag wordt de bijverdiengrens genoemd.
  • Bovenbouw
    In het voortgezet onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit de klassen 4 en 5 havo, 4, 5 en 6 vwo en de 1– en 2–jarige varianten hierop in het vavo. Alle andere klassen en opleidingen vallen onder de onderbouw.
  • Collegegeldkrediet
    Volg je een opleiding aan hbo of universiteit? Dan kun je naast de ‘gewone’ lening ook een lening aanvragen voor het betalen van je collegegeld. Deze lening wordt ‘collegegeldkrediet’ genoemd en is een onderdeel van de studiefinanciering.
  • Colloquium doctum
    Een colloquium doctum is een toelatingsexamen tot een universitaire opleiding voor mensen die 21 jaar of ouder zijn en onvoldoende vooropleiding hebben.
  • Continentale landen
    Het onderwijs op het Europese continent lijkt in de meeste gevallen op de in Nederland gevolgde systematiek. Dat wil zeggen dat er een binair onderwijssysteem wordt gehanteerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Veel van deze landen zijn aangesloten bij de zogeheten Bologna-akkoorden, waarbij het onderwijs wordt verdeeld conform de ook in Nederland gehanteerde bachelor-mastersystematiek. Omdat deze landen in veel gevallen (vooral als het een EU-lidstaat betreft) een goed kwaliteitssysteem hebben, ligt het voor de hand dat met een diploma voor een aldaar gevolgde opleiding de toegekende prestatiebeurs zal kunnen worden omgezet in een gift.
  • Controle woonadres
    Ontvang je studiefinanciering? DUO controleert dan maandelijks of je bij de gemeente staat ingeschreven op het adres dat je aan ons hebt doorgegeven.
  • Controle woonsituatie
    Ontvang je studiefinanciering en heb je doorgegeven dat je uitwonend bent? Dan controleert DUO maandelijks of je niet bij je ouders woont.
  • Decentrale selectie
    Universiteiten en hogescholen kunnen, voor opleidingen met een loting, voor een bepaald percentage van de plaatsen zelf studenten selecteren. Dit wordt decentrale selectie genoemd.
  • DigiD
    DigiD (spreek uit: die-gie-dee) staat voor Digitale Identiteit. Het is een gemeenschappelijk systeem waarmee de overheid op internet je identiteit kan vaststellen. Met DigiD kun je met één inlogcode bij elektronische diensten van steeds meer overheidsinstellingen terecht. Om in te kunnen loggen op de site van DUO heb je een DigiD met sms-functie nodig.
  • Diplomatermijn
    De diplomatermijn duurt tien jaar en begint vanaf de eerste maand dat je recht hebt op de prestatiebeurs. Krijg je bijvoorbeeld vanaf september 2009 voor het eerst prestatiebeurs? Dan begint je diplomatermijn op 1 september 2009. Behaal je vóór 1 september 2019 een diploma, dan wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift.
  • Eenoudertoeslag
    Heb je kinderen en geen partner? Dan kun je in 2010 een toeslag krijgen van € 445,93 per maand. De toeslag is dan onderdeel van je basisbeurs. Je kunt de toeslag krijgen als je geen partner hebt, je kind jonger is dan 18 jaar en bij je inwoont. Bovendien moet je voor het kind recht hebben op kinderbijslag. Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijdstudent staat ingeschreven bij je opleiding kun je nog drie jaar uitsluitend lenen. De eenoudertoeslag kun je dan ook lenen.
  • EU-landen
    De EU-landen zijn België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
  • EU/EER-landen
    Tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren alle landen van de Europese Unie (EU), aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Zwitserland heeft bij DUO dezelfde status als EU/EER-landen.
  • Feestdagen
    Feestdagen in 2009: 1 januari (nieuwjaarsdag), 10 april (Goede Vrijdag), 13 april (tweede paasdag), 30 april (Koninginnedag), 5 mei (Bevrijdingsdag), 21 mei (Hemelvaartsdag), 1 juni (tweede pinksterdag), 25 en 26 december (eerste en tweede kerstdag).
  • Gba
    De GBA is de Gemeentelijke Basisadministratie voor persoonsgegevens. De persoonsgegevens van elk lid van de Nederlandse bevolking staan in de GBA. De GBA bestaat sinds 1 oktober 1994.
  • Gewaarmerkte kopie
    Een gewaarmerkte kopie bevat een verklaring dat de inhoud van de kopie overeenstemt met het origineel ("kopie conform origineel"). Deze verklaring moet zijn ondertekend door een daartoe bevoegde persoon. Verder moet de verklaring zijn voorzien van: de naam van deze persoon, een dagtekening en een stempel van de school (c.q. de gemeente, het notariskantoor). Een kopie van een diploma mag alleen door de betreffende onderwijsinstelling worden gewaarmerkt.
  • Gewogen loting
    Bij de gewogen loting word je ingedeeld in een lotingsklasse op basis van je gemiddelde eindcijfer. Dat wil zeggen: hoe hoger je gemiddelde eindcijfer, hoe groter de kans dat je inloot. Zo geeft indeling in lotingsklasse B een grotere inlotingskans dan indeling in lotingsklasse E.
  • Grensstreek
    Als de opleiding waarvoor je studiefinanciering aanvraagt in de grensstreek ligt, hoef je niet aan de 3 uit 6-eis te voldoen. Het gaat om opleidingen aan instellingen die hun hoofdvestiging hebben in Vlaanderen en Brussel (de Nederlandstalige opleidingen) en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Bremen.
  • Hardheidsclausule
    De hardheidsclausule is een artikel in de wet dat DUO de mogelijkheid geeft om beslissingen te nemen die afwijken van de wet. Er kunnen namelijk altijd situaties bestaan waarmee de wet geen rekening heeft kunnen houden. Is een beslissing naar jouw idee onredelijk en niet de bedoeling van de wet, dan kun je een beroep doen op de hardheidsclausule.
  • Instellingscollegegeld
    Ben je bij aanvang van het studiejaar 30 jaar of ouder, dan moet je het instellingscollegegeld betalen. Je betaalt ook instellingscollegeld als je aan een niet-bekostigde (particuliere) instelling studeert of in het buitenland, ongeacht je leeftijd.
  • Inschrijvingscontrole
    DUO controleert maandelijks of je staat ingeschreven bij de opleiding waarvoor je studiefinanciering hebt aangevraagd.
  • Instellingsloting
    Een instellingsloting komt voor bij het hbo en bij universiteiten. Als het aantal plaatsen van een opleiding aan één of meer instellingen onvoldoende is om alle studenten in te schrijven wordt er een loting ingesteld door die instelling(en).
  • Korting met je OV-studentenkaart
    • 40 procent korting op alle binnenlandse treinreizen, Interliner en Q-liner 
    • 40 procent ‘meereiskorting’ op alle binnenlandse treinreizen voor maximaal drie personen die met je meereizen op hetzelfde traject, in dezelfde trein en in dezelfde klasse (door de week na 09.00 uur, in het weekend, op feestdagen en in juli en augustus de hele dag) 
    • goedkoper reizen met de roze strippenkaart voor de bus, metro of tram. Voor bepaalde treinen en bussen kan een toeslag gelden.
  • Kwaliteit opleiding
    In Nederland en Vlaanderen wordt de kwaliteit van opleidingen gewaarborgd door de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie. In andere landen zijn er vergelijkbare vormen van kwaliteitszorg. In landen waar nog geen kwaliteitszorg- en/of accreditatiesysteem functioneert zal op andere wijze zekerheid moeten worden verkregen omtrent de kwaliteit van de opleiding. Daarbij kan gedacht worden aan erkenning op grond van nationale wetgeving.
  • Leenfase
    Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijdstudent staat ingeschreven bij je opleiding, kun je nog drie jaar lenen. We noemen deze periode ook wel de leenfase.
  • Lerarenopleiding
    In het onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen leraar basisonderwijs, leraar eerstegraads en leraar tweedegraads. Wanneer je de bevoegdheid tweedegraads leraar hebt, kan je lesgeven in het vmbo, de onderbouw (klas 1 tot en met 3) van het havo en vwo en aan leerlingen in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Een leraar met een eerstegraads bevoegdheid kan alle klassen van het voortgezet onderwijs of het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie les gegeven.
  • Master
    Master is een graad die aangeeft dat iemand een masteropleiding heeft voltooid aan universiteit of hogeschool.
  • Masteropleiding
    Een masteropleiding is een één- of tweejarige opleiding volgens de bachelor-masterstructuur (BaMa) en volgt na de bacheloropleiding.
  • Meeneembare studiefinanciering
    Studiefinanciering voor een volledige opleiding aan hbo of universiteit in het buitenland wordt ook wel meeneembare studiefinanciering genoemd.
  • Nationaliteitseis
    De nationaliteitseis is een van de drie voorwaarden om in aanmerking te komen voor studiefinanciering of een tegemoetkoming. Je moet Nederlander zijn om studiefinanciering of een tegemoetkoming te kunnen krijgen. Toch kunnen bepaalde groepen niet-Nederlanders ook aan de nationalitetiseis voldoen.
  • Nettoloon
    Het nettoloon is het fiscale loon verminderd met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. Dit nettoloon kan afwijken van de netto uitbetaalde bedragen.
  • Niet-bekostigd onderwijs
    Onderwijs dat niet door de overheid wordt gefinancierd.
  • Numerus fixus
    Numerus fixus is een ander woord voor loting.
  • Onafhankelijke derde
    Sommige verzoeken van een student of scholier moeten worden ondersteund door een verklaring van een onafhankelijke derde. Dit kan bijvoorbeeld een (studenten)decaan, studiebegeleider, vertrouwenspersoon, maatschappelijk werker of psycholoog zijn.
  • Onderbouw
    In het voortgezet onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit de klassen 4 en 5 havo, 4, 5 en 6 vwo en de 1– en 2–jarige varianten hierop in het vavo. Alle andere klassen en opleidingen vallen onder de onderbouw.
  • Onderwijskaart
    De Onderwijskaart hangt samen met de lesgeldplicht. Voor het schooljaar 2008-2009 geldt: als je op 1 augustus 2008 18 jaar of ouder bent en een voltijdopleiding in de beroepsopleidende leerweg van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of in het volwassenenonderwijs (vavo) volgt, je een ondertekende Onderwijskaart moet inleveren op je school. Dit geldt ook als je stage loopt. Op de Onderwijskaart geef je aan hoe je het lesgeld gaat betalen.
  • Opleidingsloting
    Een opleidingsloting komt alleen voor in het wetenschappelijk onderwijs. Als er te weinig plaatsen zijn om alle studenten in te schrijven voor een bepaalde opleiding, wordt een opleidingsloting ingesteld. Een voorbeeld is de opleiding geneeskunde.
  • Openbaar vervoer
    Hiermee bedoelen we: binnenlandse treinen (2e klasse) uit het spoorboekje bus, tram, metro en openbaar vervoer te water met een nationaal tarief buurtbus interliner Qliner
  • Ouderbijdrage
    De ouderbijdrage is het bedrag dat je ouders op grond van hun inkomen zouden kunnen bijdragen aan jouw studie. Je ouders zijn niet verplicht de ouderbijdrage aan jou te betalen. Dit bedrag kun jij niet als aanvullende beurs krijgen, maar wel als lening.
  • Ouders (studiefinanciering)
    Voor je aanvullende beurs wordt gekeken naar de gegevens van je natuurlijke vader en moeder. Dit zijn de vader en moeder die bij de burgerlijke stand als je ouders geregistreerd staan. Ook een adoptiefouder geldt als natuurlijke ouder. Een pleeg- of stiefouder geldt niet als natuurlijke ouder.
  • Ouders (tegemoetkoming)
    Voor de aanvullende toelage wordt gekeken naar de gegevens van de ouder en diens partner. Met ouders bedoelen wij de persoon die, voordat je 18 werd, een tegemoetkoming voor jou ontving (óf die in het laatste kwartaal waarin je nog 17 was, de wettelijk vertegenwoordiger was) en zijn of haar partner.
  • Overbrugging
    Er is sprake van een overbrugging als je in de periode tussen je oude en je nieuwe opleiding financiering krijgt. Een overbrugging duurt maximaal vier maanden.
  • Overheidsorganisatie in buitenland
    Personen die in dienst van een Nederlandse Rijksoverheidsorganisatie worden uitgezonden om in het buitenland te werken, worden behandeld alsof ze in Nederland wonen. Dat geldt ook voor hun gezinsleden. Het gaat om leden van een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (diplomaten, consulaire vertegenwoordigers en administratief, technisch en bedienend personeel) of permanente vertegenwoordigingen van Nederland bij grote internationale organisaties, zoals de Europese Unie, de NAVO, de Verenigde Naties of de OESO.
  • Overige landen
    Van overige landen kan het op voorhand moeilijk zijn te bepalen of het onderwijs van voldoende niveau is. Het is dus mogelijk dat in eerste instantie wordt besloten om studiefinanciering toe te kennen, omdat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar lijkt met het Nederlandse hoger onderwijs. Echter bij overlegging van het diploma blijkt het toch niet om een opleiding op het niveau van hoger onderwijs te gaan.
  • Partner

    Een partner is niet alleen iemand waarmee je een relatie hebt, maar kan ook iemand zijn waarmee je samen in een huis woont. DUO hanteert hiervoor de regels die onder andere ook gelden voor de huurtoeslag, de zorgtoeslag en de kinderopvangtoeslag. De volgende personen worden als partner beschouwd:

    • degene met wie je bent gehuwd of degene met wie je een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. Als je niet met deze persoon samenwoont, wordt hij/zij toch als partner gezien, tenzij: - je gescheiden leeft in afwachting van de beëindiging van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap - je bewust gescheiden leeft, geen gezamenlijke financiële huishouding hebt en het gescheiden leven niet noodgedwongen is door bijvoorbeeld werk in het buitenland of een opname in een ziekenhuis, gevangenis of inrichting.  
    • de persoon die volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) met jou op hetzelfde adres woont en die jij - over het jaar waarvoor een aanvraag wordt gedaan bij DUO - als fiscaal partner hebt opgegeven bij je belastingaangifte. Of die bij zijn of haar aangifte jou als fiscaal partner heeft opgegeven.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en waarmee je een samenlevingscontract hebt afgesloten bij een notaris.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en met wie je samen een kind hebt gekregen.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en waarvan jij een kind hebt erkend of die een kind van jou heeft erkend.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en ook al in het voorgaande aanvraagjaar als partner meetelde voor de Huurtoeslag, de Zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag of een regeling van DUO.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en die meetelt als partner in je pensioenregeling.  
    • de persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en met wie je samen een hypotheek hebt afgesloten voor je huis.  
    • de meerderjarige persoon die volgens de GBA met jou op hetzelfde adres woont en met wie je in een gezamenlijke huishouding leeft, tenzij dit je ouder of je kind is. Broers of zussen tellen alleen mee als partner als de ouder niet op hetzelfde adres woont. 

    Let op:

    • Is iemand maar een deel van het jaar als partner aan te merken, maar staat hij/ zij wel het hele jaar op hetzelfde adres als jij ingeschreven, dan telt hij/zij toch het hele jaar mee als partner 
    • Is er meer dan 1 persoon als partner aan te wijzen, dan moet je kiezen welke van deze personen meetelt als partner voor zowel de regelingen van DUO als de zorgtoeslag, de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslag. 
    • Studenten in een studentenhuis worden niet als partner van elkaar gezien. Zij tellen ieder als een apart huishouden. 
    • Tegemoetkoming ouders, tegemoetkoming scholieren en tegemoetkoming deeltijders vraag je aan voor een schooljaar. Degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar begint totaal meer dan zes maanden partner is, telt voor dat schooljaar mee als partner. De precieze tekst kun je terugvinden in artikel 3 van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR).     
  • Partnertoeslag
    Ontvang je studiefinanciering? Als je een partner hebt en kinderen, dan kun je een partnertoeslag aanvragen. De toeslag is dan onderdeel van je basisbeurs. Je kunt de toeslag ontvangen als je partner zelf geen recht heeft op studiefinanciering en op jaarbasis een verzamelinkomen of belastbaar loon heeft dat lager is dan € 8.317,86 (norm 2009). Bovendien moet je samen met je partner een kind jonger dan 12 jaar verzorgen voor wie recht bestaat op kinderbijslag. Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijd student staat ingeschreven bij je opleiding, kun je nog drie jaar uitsluitend lenen. De partnertoeslag kun je dan ook lenen.
  • Peiljaar
    Bij het berekenen van de aanvullende beurs (studiefinanciering) en aanvullende toelage (tegemoetkoming scholieren) wordt gekeken naar het inkomen van je ouders uit het peiljaar. Het peiljaar ligt twee jaar vóór het jaar waarvoor je studiefinanciering of tegemoetkoming aanvraagt. Als je een aanvullende beurs of aanvullende toelage voor 2009 aanvraagt, kijken we naar het inkomen in 2007 van je ouders.
  • Postadres
    Als je wilt dat je post naar een ander adres wordt gestuurd, kun je een postadres doorgeven. Dit kan ook een postbusnummer zijn. Let op: aanmaningen worden altijd naar het adres gestuurd waarop je bij de gemeente staat ingeschreven.
  • Postadres DUO
    Stuur je post over studiefinanciering naar: Dienst Uitvoering Onderwijs, afdeling Klantenservice Postbus 50103 9702 GC Groningen
  • Prestatiebeurs
    Studiefinanciering voor mbo (niveau 3 en 4), hbo en universiteit wordt uitbetaald in de vorm van een prestatiebeurs. De prestatiebeurs krijg je eerst in de vorm van een lening. Haal je binnen tien jaar je diploma dan wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift. Anders moet je de prestatiebeurs terugbetalen.
  • Rechtstreeks toegelaten
    Wanneer je een gemiddeld vwo-, havo- of mbo-eindexamencijfer van 8 of hoger hebt, word je rechtstreeks toegelaten tot de opleiding én instelling van je eerste voorkeur (hbo en universiteit).
  • Rentedragende lening
    Je kunt naast een basisbeurs en eventueel een aanvullende beurs ook een lening aanvragen. Je kunt het maximale bedrag lenen, maar minder mag ook. Over de lening wordt rente berekend. Het rentepercentage voor 2010 is 2,39 procent. De lening moet je na je studie terugbetalen.
  • Selectie aan de poort
    Selectie aan de poort houdt in dat de instelling zelf studenten selecteert op basis van door de instelling vastgestelde criteria.
  • Thuiswonend
    Je bent thuiswonend als je bij (een van) je ouders woont.
  • Tijdig aanvragen beroepsonderwijs
    Vraag op tijd je studiefinanciering aan: drie maanden vóór je 18 wordt. Als je ouder bent dan 18 jaar: drie maanden voordat je opleiding begint. Dan ontvang je je studiefinanciering en OV-studentenkaart op tijd. Je kunt nooit achteraf studiefinanciering aanvragen. Als je vóór 1 oktober 18 jaar bent geworden, maar je vraagt pas na 1 oktober studiefinanciering aan, dan ben je te laat. Vraag je in dat geval bijvoorbeeld studiefinanciering aan op 18 oktober, dan krijg je het pas met ingang van de maand november. Je kunt je OV-kaart dan ook pas op z’n vroegst in november ophalen.
  • Tijdig aanvragen hoger onderwijs
    Vraag op tijd je financiering aan: drie maanden vóórdat je met je studie begint. Dan ontvang je je studiefinanciering en OV-kaart op tijd. Je kunt nooit achteraf studiefinanciering aanvragen. Ben je ouder dan 18 jaar en ga je per 1 september studeren? Dan kun je per 1 september studiefinanciering krijgen. Als je jonger dan 18 jaar bent en per 1 september gaat studeren, kun je per 1 oktober studiefinanciering krijgen. Vraag je pas na 1 oktober studiefinanciering aan, dan ben je te laat. Vraag je bijvoorbeeld studiefinanciering aan op 18 oktober, dan krijg je het pas met ingang van de maand november. Je kunt je OV-kaart dan ook op z’n vroegst pas in november ophalen.
  • Tweede loting
    Tot 15 mei kun je je aanmelden voor een opleiding met een loting. Voor sommige opleidingen zijn na de loting nog plaatsen ‘over’. Voor deze onbezette plaatsen vindt mogelijk een tweede loting plaats.
  • Uitwonend
    Je bent uitwonend als je niet bij (een van) je ouders woont.
  • Vavo
    Voortgezet algemeen volwassenen onderwijs.
  • Verzamelinkomen
    Het verzamelinkomen is een begrip van de Belastingdienst. Het verzamelinkomen staat op de definitieve aanslag vermeld. Deze aanslag zul je van de Belastingdienst ontvangen. Inkomsten waarover je geen aangifte hoeft te doen, tellen niet mee voor de bijverdienregeling.
  • Voltijd opleiding
    Een voltijdopleiding is een opleiding met een studielast van tenminste 850 klokuren per studiejaar. Je kunt bij de school navragen of je aan de voorwaarden voldoet om voor studiefinanciering in aanmerking te komen. De gegevens over je opleiding staan ook in de onderwijsovereenkomst die je bij inschrijving met de school aangaat. Voor een deeltijdopleiding (deeltijd bol) of bbl-opleiding heb je geen recht op studiefinanciering.
  • Voorbeeld 3 uit 6 eis
    Stel je wilt vanaf 1 september 2008 studiefinanciering voor een opleiding in het hoger onderwijs in het buitenland. Je woont vanaf 1 januari 2006 rechtmatig in Nederland. In dit geval kom je niet in aanmerking voor studiefinanciering, omdat je nog geen drie jaar legaal in Nederland hebt gewoond.
  • Voortgezet onderwijs

    Voorbeelden van voortgezet onderwijs: 

    • vmbo, mavo, havo en vwo 
    • praktijkonderwijs en lwoo 
    • voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (de 1- of 2-jarige vmbo-tl, mavo, havo of vwo)
  • Vrije instroom
    Er is sprake van vrije instroom bij opleiding waarvoor geen loting plaatsvindt.
  • Wettelijk collegegeld
    Heb je recht op studiefinanciering, sta je ingeschreven bij een bekostigde opleiding en ben je jonger dan 30 jaar? Dan betaal je wettelijk collegegeld. Voor het studiejaar 2008-2009 is dat € 1565,- en voor het studiejaar 2009-2010 is dat € 1620,-.
  • Wettelijk vertegenwoordiger
    De wettelijk vertegenwoordiger is de ouder of voogd die het gezag heeft over het kind. De wettelijk vertegenwoordiger kan de tegemoetkoming ouders aanvragen voor het kind.
  • Wo-bachelor-opleiding
    De opleiding is vergelijkbaar met een wo-bacheloropleiding. In Nederland wordt voor het geheel van een wo-bachelor een een wo-masteropleiding prestatiebeurs verstrekt gedurende de som van de op grond van de WHW vastgestelde nominale duur van de wo-bacheloropleiding (in beginsel drie jaren) en de nominale duur van de wo-masteropleiding (variabele duur). Voor het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding wordt bijvoorbeeld vijf jaren prestatiebeurs verstrekt. Als de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met de betreffende wo-bacheloropleiding wordt voor de buitenlandse opleiding vier jaren prestatiebeurs verstrekt. De studielast van de vergelijkbare opleiding in Nederland is drie jaren. De studielast van de betreffende opleiding in het buitenland wordt vastgesteld op drie jaren.
  • Wo-master
    Een wo-master is een universitaire master.
  • Woonadres
    Ontvang je studiefinanciering? Dan ben je verplicht om je woonadres aan DUO door te geven. DUO controleert vervolgens of je op dit adres staat ingeschreven bij de gemeente.
A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W