Begrippenlijst

A | B | C | D | E | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W
  • Aangewezen onderwijs

    Door de overheid erkend, maar niet door de overheid gefinancierd onderwijs.
  • Aanloopfase

    De aanloopfase is de eerste fase van de terugbetalingsperiode en begint op 1 januari volgend op de einddatum van je recht op studiefinanciering. De aanloopfase duurt twee jaar.
  • Aanvullende beurs

    De aanvullende beurs is een onderdeel van de studiefinanciering. De aanvullende beurs hangt met name af van het inkomen van je ouders. Je aanvullende beurs wordt lager, naarmate het inkomen van je ouder(s) stijgt. Ook speelt mee of je broers of zussen hebt die in het voortgezet (speciaal) onderwijs zitten of een aanvullende beurs hebben.
  • Aanvullende toelage

    De aanvullende toelage is een onderdeel van de tegemoetkoming scholieren. De aanvullende toelage hangt af van het inkomen van je ouder en diens partner. Je aanvullende toelage wordt lager, naarmate het inkomen van je ouder(s) stijgt.
  • Aflosfase

    Na de aanloopfase van twee jaar start de aflosfase van meestal (maximaal) vijftien jaar. In de aflosfase moet je je schuld terugbetalen.
  • Al studerend in het buitenland

    Volgde je al een opleiding in het buitenland waarvoor per 1 september 2007 studiefinanciering mogelijk is, dan voldoe je misschien niet aan de 3 uit 6-eis. Om te voorkomen dat je hierdoor niet voor meeneembare studiefinanciering in aanmerking komt, zal de 3 uit 6-eis voor jou worden toegepast op de datum van aanvang van de opleiding die jij voor 1 september 2007 bent gaan volgen.
  • Angelsaksische landen

    De Angelsaksische landen (het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië om een paar te noemen) kennen geen binair onderwijssysteem, zoals in Nederland. Dit betekent dat in die landen geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Daarnaast is het in deze landen moeilijk om op voorhand te bepalen met welke Nederlandse opleiding de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is. De inhoud van de opleiding kan namelijk in de loop van de opleiding wijzigen, omdat de student zijn programma/vakkenpakket zelf min of meer kan vaststellen. Je loopt dus het risico dat we op basis van je diploma niet alle maanden prestatiebeurs die we je in eerste instantie hebben toegekend kunnen omzetten in een gift. Volg je een opleiding die niet opleidt tot een diploma, bijvoorbeeld een non-degree opleiding, dan kun je daarvoor geen studiefinanciering ontvangen.
  • Associate degree-opleiding

    Het associate-degreeprogramma is een tweejarige studie met een eigen wettelijke graad: de Associate degree (Ad).
  • Bachelor

    Bachelor is een graad die aangeeft dat iemand succesvol een bacheloropleiding heeft voltooid aan een hogeschool (hbo-bachelor) of universiteit (wo-bachelor).
  • Bachelor-masterstructuur

    De bachelor-masterstructuur (bama) houdt in dat het hoger onderwijs is verdeeld in een bachelorfase en een masterfase. In het hoger beroepsonderwijs (hbo) duurt een bachelor vier jaar, in het wetenschappelijk onderwijs (wo) drie jaar. De masterfase vindt na de bachelorfase plaats en duurt, zowel in het hbo als in het wo, minimaal een jaar. Na het afronden van de opleiding ontvang je een bachelortitel of mastertitel.
  • Basisbeurs

    De basisbeurs is een onderdeel van de studiefinanciering. Studeer je voltijd dan kom je in aanmerking voor een basisbeurs. De hoogte van de basisbeurs is voor uitwonende studenten hoger dan voor thuiswonende studenten.
  • Basistoelage

    De basistoelage is een onderdeel van de tegemoetkoming scholieren. De hoogte van de basistoelage is voor uitwonende scholieren hoger dan voor thuiswonende scholieren.
  • Bekostigd onderwijs

    Bekostigd onderwijs is door de overheid erkend en gefinancierd onderwijs.
  • Belastbaar loon

    Dit bedrag staat op je jaaropgave(s) die je krijgt van de werkgever(s) of uitkerende instantie(s). Heb je meerdere werkgevers of uitkeringen, dan tel je de bedragen bij elkaar op. Soms worden er andere woorden gebruikt voor het belastbaar loon, bijvoorbeeld loon voor de loonheffing, fiscaal loon of kortweg loon. Je moet niet uitgaan van het sv-loon (loon sociale verzekeringen).
  • Bericht

    DUO houdt iedereen op de hoogte van zijn of haar situatie met een overzicht. Dit overzicht, dat wordt verstuurd bij een eerste toekenning en na iedere wijziging, heet een Bericht.
  • Beroepsonderwijs

    In Nederland bestaat er middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Samen met het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) vormen mbo en hbo de zogeheten beroepskolom. Het beroepsonderwijs biedt studenten een grote variëteit aan opleidingen die opleiden voor een groot aantal verschillende beroepen. Ook wat niveau en aard betreft, verschillen de opleidingen. Het middelbaar beroepsonderwijs combineert leren op school met leren in de praktijk. In het hoger beroepsonderwijs is vrijwel altijd een praktijkstage ingebouwd.
  • Bewijs van inschrijving

    Zodra je je inschrijving aan een onderwijsinstelling hebt voltooid, ontvang je een Bewijs van inschrijving.
  • Bewijs van toelating

    Als je ingeloot bent voor een opleiding, ontvang je van DUO een Bewijs van toelating. Dit bewijs is vier weken geldig. Binnen deze termijn moet je je met je Bewijs van toelating inschrijven aan de hogeschool of universiteit.
  • Bewijs van uitschrijving

    Zodra je je uitschrijving aan een onderwijsinstelling hebt voltooid, ontvang je een Bewijs van uitschrijving.
  • Bijdragevrije voet

    Voor de berekening van studiefinanciering wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde bijdragevrije voet. Deze wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. In de rekenhulp wordt de hoogte van de bijdragevrije voet per ouder in de berekening meegenomen.
     
    Als één van de twee ouders overleden is, of als één van de twee ouders onbekend is, heeft de andere ouder een dubbele bijdragevrije voet. Voor ouders bij wie voor de inkomstenbelasting naast de algemene heffingskorting, de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is en die niet in aanmerking komen voor de dubbele bijdragevrije voet, geldt een aangepaste bijdragevrije voet. Ook hier wordt  in de rekenhulp rekening gehouden.
  • Bijverdiencontrole

    DUO controleert achteraf je inkomsten bij de Belastingdienst. Als blijkt dat je meer hebt verdiend dan de bijverdiengrens dan moet je een bedrag terugbetalen.
  • Bijverdiengrens

    Je mag maar een bepaald bedrag naast je studiefinanciering bijverdienen. Dit bedrag wordt de bijverdiengrens genoemd.
  • Bovenbouw

    In het voortgezet onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit de klassen 4 en 5 havo, 4, 5 en 6 vwo en de 1– en 2–jarige varianten hierop in het vavo. Alle andere klassen en opleidingen vallen onder de onderbouw.
    Vanaf het schooljaar 2010-2011 maken we geen onderscheid meer in de normen tussen onder- en bovenbouw in het vavo.
  • Bron

    Bron is het Basisregister Onderwijsnummer. De bedoeling van Bron is om op termijn de administratieve last van scholen te verlichten. Scholen hoeven hierdoor hun gegevens aan steeds minder partijen te leveren, omdat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) deze gegevens via BRON verstrekt. De lastenverlichting zal steeds beter merkbaar zijn naarmate het uitwisselen gemakkelijker gaat en de mogelijkheden voor het gebruik van het persoonsgebonden nummer groter worden. Kijk voor meer informatie op www.bron.nl.
  • Collegegeldkrediet

    Volg je een opleiding aan hbo of universiteit? Dan kun je naast de ‘gewone’ lening ook een lening aanvragen voor het betalen van je collegegeld. Deze lening wordt ‘collegegeldkrediet’ genoemd en is een onderdeel van de studiefinanciering.
  • Colloquium doctum

    Een colloquium doctum is een toelatingsexamen tot een universitaire opleiding voor mensen die 21 jaar of ouder zijn en onvoldoende vooropleiding hebben.
  • Continentale landen

    Het onderwijs op het Europese continent lijkt in de meeste gevallen op de in Nederland gevolgde systematiek. Dat wil zeggen dat er een binair onderwijssysteem wordt gehanteerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Veel van deze landen zijn aangesloten bij de zogeheten Bologna-akkoorden, waarbij het onderwijs wordt verdeeld conform de ook in Nederland gehanteerde bachelor-mastersystematiek. Omdat deze landen in veel gevallen (vooral als het een EU-lidstaat betreft) een goed kwaliteitssysteem hebben, ligt het voor de hand dat met een diploma voor een aldaar gevolgde opleiding de toegekende prestatiebeurs zal kunnen worden omgezet in een gift.
  • Controle woonsituatie

    Ontvang je studiefinanciering en heb je doorgegeven dat je uitwonend bent? Dan controleert DUO maandelijks of je niet bij je ouders woont.
  • Decentrale selectie

    Universiteiten en hogescholen kunnen, voor opleidingen met een loting, voor een bepaald percentage van de plaatsen zelf studenten selecteren. Dit wordt decentrale selectie genoemd.
  • DigiD

    DigiD (spreek uit: die-gie-dee) staat voor Digitale Identiteit. Het is een gemeenschappelijk systeem waarmee de overheid op internet je identiteit kan vaststellen. Met DigiD kun je met één inlogcode bij elektronische diensten van steeds meer overheidsinstellingen terecht. Om in te kunnen loggen op de site van DUO heb je een DigiD met sms-functie nodig.
  • Diplomatermijn

    De diplomatermijn duurt tien jaar en begint vanaf de eerste maand dat je recht hebt op de prestatiebeurs. Krijg je bijvoorbeeld vanaf september 2009 voor het eerst prestatiebeurs? Dan begint je diplomatermijn op 1 september 2009. Behaal je vóór 1 september 2019 een diploma, dan wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift.
  • Eenoudertoeslag

    Heb je kinderen en geen partner? Dan kun je in 2013 een toeslag krijgen van € 456,36 per maand. De toeslag is dan onderdeel van je basisbeurs. Je kunt de toeslag krijgen als je geen partner hebt, je kind jonger is dan 18 jaar en bij je inwoont. Bovendien moet je voor het kind recht hebben op kinderbijslag. Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijdstudent staat ingeschreven bij je opleiding kun je nog drie jaar uitsluitend lenen. De eenoudertoeslag kun je dan ook lenen.
  • EU-landen

    De EU-landen zijn België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
  • EU/EER-landen

    Tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren alle landen van de Europese Unie (EU), aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Zwitserland heeft bij DUO dezelfde status als EU/EER-landen.
  • Gba

    De GBA is de Gemeentelijke Basisadministratie voor persoonsgegevens. De persoonsgegevens van elk lid van de Nederlandse bevolking staan in de GBA. De GBA bestaat sinds 1 oktober 1994.
  • Gewaarmerkte kopie

    Een gewaarmerkte kopie bevat een verklaring dat de inhoud van de kopie overeenstemt met het origineel ("kopie conform origineel"). Deze verklaring moet zijn ondertekend door een daartoe bevoegde persoon. Verder moet de verklaring zijn voorzien van: de naam van deze persoon, een dagtekening en een stempel van de school (c.q. het notariskantoor). Een kopie van een diploma mag alleen door de betreffende onderwijsinstelling worden gewaarmerkt.
  • Gewogen loting

    Bij de gewogen loting word je ingedeeld in een lotingsklasse op basis van je gemiddelde eindcijfer. Dat wil zeggen: hoe hoger je gemiddelde eindcijfer, hoe groter de kans dat je inloot. Zo geeft indeling in lotingsklasse B een grotere inlotingskans dan indeling in lotingsklasse E.
  • Grensstreek

    Als de opleiding waarvoor je studiefinanciering aanvraagt in de grensstreek ligt, hoef je niet aan de 3 uit 6-eis te voldoen. Het gaat om opleidingen aan instellingen die hun hoofdvestiging hebben in Vlaanderen en Brussel (de Nederlandstalige opleidingen) en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Bremen.
  • Hardheidsclausule

    De hardheidsclausule is een artikel in de wet dat DUO de mogelijkheid geeft om beslissingen te nemen die afwijken van de wet. Er kunnen namelijk altijd situaties bestaan waarmee de wet geen rekening heeft kunnen houden. Is een beslissing naar jouw idee onredelijk en niet de bedoeling van de wet, dan kun je een beroep doen op de hardheidsclausule.
  • Instellingscollegegeld

    Als je niet voldoet aan de voorwaarden voor het betalen van het wettelijk collegegeld moet je instellingscollegegeld betalen; de hoogte is minimaal de hoogte van het wettelijk collegegeld en het wordt vastgesteld door de hogeschool of universiteit. Alleen voor ‘joint degrees' met een buitenlandse instelling mag een instelling een lager collegegeld vragen. Meer info vind je hier.
  • Inschrijvingscontrole

    DUO controleert maandelijks of je staat ingeschreven bij de opleiding waarvoor je studiefinanciering hebt aangevraagd.
  • Instellingsloting

    Een instellingsloting komt voor bij het hbo en bij universiteiten. Als het aantal plaatsen van een opleiding aan één of meer instellingen onvoldoende is om alle studenten in te schrijven wordt er een loting ingesteld door die instelling(en).
  • Korting met je studentenreisproduct

    • 40 procent korting op alle binnenlandse treinreizen, Interliner en Q-liner 
    • 40 procent ‘meereiskorting’ op alle binnenlandse treinreizen voor maximaal drie personen die met je meereizen op hetzelfde traject, in dezelfde trein en in dezelfde klasse (door de week na 09.00 uur, in het weekend, op feestdagen en in juli en augustus de hele dag).
  • Kwaliteit opleiding

    In Nederland en Vlaanderen wordt de kwaliteit van opleidingen gewaarborgd door de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie. In andere landen zijn er vergelijkbare vormen van kwaliteitszorg. In landen waar nog geen kwaliteitszorg- en/of accreditatiesysteem functioneert zal op andere wijze zekerheid moeten worden verkregen omtrent de kwaliteit van de opleiding. Daarbij kan gedacht worden aan erkenning op grond van nationale wetgeving.
  • Leenfase

    Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijdstudent staat ingeschreven bij je opleiding, kun je nog drie jaar lenen. We noemen deze periode ook wel de leenfase.
  • Lerarenopleiding

    In het onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen leraar basisonderwijs, leraar eerstegraads en leraar tweedegraads. Wanneer je de bevoegdheid tweedegraads leraar hebt, kan je lesgeven in het vmbo, de onderbouw (klas 1 tot en met 3) van het havo en vwo en aan leerlingen in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Een leraar met een eerstegraads bevoegdheid kan alle klassen van het voortgezet onderwijs of het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie les gegeven.
  • Master

    Master is een graad die aangeeft dat iemand een masteropleiding heeft voltooid aan universiteit of hogeschool.
  • Masteropleiding

    Een masteropleiding is een één- of tweejarige opleiding volgens de bachelor-masterstructuur (BaMa) en volgt na de bacheloropleiding.
  • Meeneembare studiefinanciering

    Studiefinanciering voor een volledige opleiding aan hbo of universiteit in het buitenland wordt ook wel meeneembare studiefinanciering genoemd.
  • Nationaliteitseis

    De nationaliteitseis is een van de drie voorwaarden om in aanmerking te komen voor studiefinanciering of een tegemoetkoming. Je moet Nederlander zijn om studiefinanciering of een tegemoetkoming te kunnen krijgen. Toch kunnen bepaalde groepen niet-Nederlanders ook aan de nationalitetiseis voldoen.
  • Nettoloon

    Het nettoloon is het fiscale loon verminderd met de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. Dit nettoloon kan afwijken van de netto uitbetaalde bedragen.
  • Niet-bekostigd onderwijs

    Onderwijs dat niet door de overheid wordt gefinancierd.
  • Numerus fixus

    Numerus fixus is een ander woord voor loting.
  • Onafhankelijke derde

    Sommige verzoeken van een student of scholier moeten worden ondersteund door een verklaring van een onafhankelijke derde. Dit kan bijvoorbeeld een (studenten)decaan, studiebegeleider, vertrouwenspersoon, maatschappelijk werker of psycholoog zijn.
  • Onderbouw

    In het voortgezet onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw. De bovenbouw bestaat uit de klassen 4 en 5 havo, 4, 5 en 6 vwo en de 1– en 2–jarige varianten hierop in het vavo. Alle andere klassen en opleidingen vallen onder de onderbouw. Vanaf het schooljaar 2010-2011 maken we geen onderscheid meer in de normen tussen onder- en bovenbouw in het vavo.
  • Onderwijskaart

    De Onderwijskaart hing tot en met studiejaar 2010-2011 samen met de lesgeldplicht. Sinds 1 augustus 2011 wordt het lesgeld echter geïnd aan de hand van gegevens in het Basisregister Onderwijsnummer (Bron). Per die datum is de onderwijskaart dan ook afgeschaft.
  • Opleidingsloting

    Een opleidingsloting komt alleen voor in het wetenschappelijk onderwijs. Als er te weinig plaatsen zijn om alle studenten in te schrijven voor een bepaalde opleiding, wordt een opleidingsloting ingesteld. Een voorbeeld is de opleiding geneeskunde.
  • Openbaar vervoer

    Hiermee bedoelen we: binnenlandse treinen (2e klasse) uit het spoorboekje bus, tram, metro en openbaar vervoer te water met een nationaal tarief buurtbus interliner Qliner
  • Ouderbijdrage

    De ouderbijdrage is het bedrag dat je ouders op grond van hun inkomen zouden kunnen bijdragen aan jouw studie. Je ouders zijn niet verplicht de ouderbijdrage aan jou te betalen. Dit bedrag kun jij niet als aanvullende beurs krijgen, maar wel als lening.
  • Ouders (studiefinanciering)

    Voor je aanvullende beurs wordt gekeken naar de gegevens van je natuurlijke vader en moeder. Dit zijn de vader en moeder die bij de burgerlijke stand als je ouders geregistreerd staan. Ook een adoptiefouder geldt als natuurlijke ouder. Een pleeg- of stiefouder geldt niet als natuurlijke ouder.
  • Ouders (tegemoetkoming)

    Voor de aanvullende toelage wordt gekeken naar de gegevens van de ouder en diens partner. De ouder is de persoon die voordat je 18 werd een tegemoetkoming ouders voor jou ontving. Wanneer niemand een tegemoetkoming ouders voor je ontving, dan is ‘je ouder’ degene die de kinderbijslag ontving in het laatste kwartaal waarin je nog 17 jaar was.
  • Overbrugging

    Er is sprake van een overbrugging als je in de periode tussen je oude en je nieuwe opleiding financiering krijgt. Een overbrugging duurt maximaal vier maanden.
    Een overbrugging vanuit tegemoetkoming scholieren is een gift. Een overbrugging vanuit studiefinanciering is afhankelijk van de studiefinanciering die je voor de overbrugging ontving. Dus als je vóór de overbrugging een prestatiebeurs of een lening hebt, heb je dat ook tijdens de overbrugging.
  • Overheidsorganisatie in buitenland

    Personen die in dienst van een Nederlandse Rijksoverheidsorganisatie worden uitgezonden om in het buitenland te werken, worden behandeld alsof ze in Nederland wonen. Dat geldt ook voor hun gezinsleden. Het gaat om leden van een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (diplomaten, consulaire vertegenwoordigers en administratief, technisch en bedienend personeel) of permanente vertegenwoordigingen van Nederland bij grote internationale organisaties, zoals de Europese Unie, de NAVO, de Verenigde Naties of de OESO.
  • Overige landen

    Van overige landen kan het op voorhand moeilijk zijn te bepalen of het onderwijs van voldoende niveau is. Het is dus mogelijk dat in eerste instantie wordt besloten om studiefinanciering toe te kennen, omdat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar lijkt met het Nederlandse hoger onderwijs. Echter bij overlegging van het diploma blijkt het toch niet om een opleiding op het niveau van hoger onderwijs te gaan.
  • Partner

    Wanneer zien we iemand als uw partner?

    Voor veel inkomensafhankelijke regelingen is het van belang om goed te weten wanneer iemand als uw partner wordt beschouwd.

    Getrouwd of geregistreerd partner
    De basisgedachte is duidelijk: een partner is iemand met wie u bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap hebt. Maar er zijn natuurlijk ook situaties waarin er geen sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Dan gaat het erom of u met iemand op hetzelfde adres woont. Deze persoon wordt dan meestal als uw partner gezien.

    Samenwonen
    Iemand met wie u samenwoont wordt meestal als uw partner gezien.

    Dit is het geval als:

    • u een notarieel samenlevingscontract hebt
    • u samen een kind hebt (of een kind van de ander hebt erkend)
    • u voor een pensioenregeling als elkaars partner geldt 
    • u samen een huis bezit 
    • op het adres dat u deelt met een andere volwassene ook een minderjarig kind woont, van wie u of de ander de natuurlijke ouder bent (tenzij er een schriftelijke huurovereenkomst is waaruit blijkt dat één van beiden een gedeelte van de woning huurt)
    • u elkaars fiscale partners bent
    Samenwonen met ouder of kind
    Woont u samen met uw vader, moeder, zoon of dochter? Wij beschouwen dit familielid als uw partner als u beiden ouder dan 27 jaar bent en als één van bovengenoemde zes situaties van toepassing is.

    Niet op zelfde adres als partner
    Als u gaat scheiden en u woont niet meer op hetzelfde adres, dan wordt u niet als elkaars partner gezien. Opname in een verzorgingshuis of verpleegtehuis kan het partnerschap niet ontbinden.

  • Partnertoeslag

    Ontvang je studiefinanciering? Als je een partner hebt en kinderen, dan kun je een partnertoeslag aanvragen. De toeslag is dan onderdeel van je basisbeurs. Je kunt de toeslag ontvangen als je partner zelf niet in aanmerking komt voor studiefinanciering en op jaarbasis een verzamelinkomen of belastbaar loon heeft dat lager is dan € 9.017,71 (norm 2013). Bovendien moet je samen met je partner een kind jonger dan 12 jaar verzorgen voor wie recht bestaat op kinderbijslag. Als je geen recht meer hebt op de prestatiebeurs, maar nog wel als voltijd student staat ingeschreven bij je opleiding, kun je nog drie jaar uitsluitend lenen. De partnertoeslag kun je dan ook lenen.
  • Peiljaar

    Bij het berekenen van de aanvullende beurs (studiefinanciering) en aanvullende toelage (tegemoetkoming scholieren) wordt gekeken naar het inkomen van je ouders uit het peiljaar. Het peiljaar ligt twee jaar vóór het jaar waarvoor je studiefinanciering of tegemoetkoming aanvraagt.
  • Postadres

    Als je wilt dat je post naar een ander adres wordt gestuurd, kun je een postadres doorgeven. Dit kan ook een postbusnummer zijn. Let op: aanmaningen worden altijd naar het adres gestuurd waarop je bij de gemeente staat ingeschreven.
  • Postadres DUO

    Stuur je post over studiefinanciering naar: Dienst Uitvoering Onderwijs, afdeling Klantenservice Postbus 50103 9702 GC Groningen
  • Prestatiebeurs

    Studiefinanciering voor mbo (niveau 3 en 4), hbo en universiteit wordt uitbetaald in de vorm van een prestatiebeurs. De prestatiebeurs krijg je eerst in de vorm van een lening. Haal je binnen tien jaar je diploma dan wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift. Anders moet je de prestatiebeurs terugbetalen.
  • Rechtstreeks toegelaten

    Wanneer je een gemiddeld vwo-, havo- of mbo-eindexamencijfer van 8 of hoger hebt, word je rechtstreeks toegelaten tot de opleiding én instelling van je eerste voorkeur (hbo en universiteit).
  • Rentedragende lening

    Je kunt naast een basisbeurs en eventueel een aanvullende beurs ook een lening aanvragen. Je kunt het maximale bedrag lenen, maar minder mag ook. Over de lening wordt rente berekend. De lening moet je na je studie terugbetalen.
  • Selectie aan de poort

    Selectie aan de poort houdt in dat de instelling zelf studenten selecteert op basis van door de instelling vastgestelde criteria.
  • Thuiswonend

    Je bent thuiswonend als je bij (een van) je ouders woont.
  • Tweede loting

    Tot en met 15 mei kun je je aanmelden voor een opleiding met een loting. Voor sommige opleidingen zijn na de loting nog plaatsen ‘over’. Voor deze onbezette plaatsen vindt mogelijk een tweede loting plaats.
  • Uitwonend

    Je bent uitwonend als je niet bij (een van) je ouders woont.
  • Vavo

    Voortgezet algemeen volwassenen onderwijs.
  • Verzamelinkomen

    Het verzamelinkomen is een begrip van de Belastingdienst. Het verzamelinkomen staat op de definitieve aanslag vermeld. Deze aanslag zul je van de Belastingdienst ontvangen. Inkomsten waarover je geen aangifte hoeft te doen, tellen niet mee voor de bijverdienregeling.
  • Voltijd opleiding

    Een voltijdopleiding is een opleiding met een studielast per studiejaar. Je kunt bij de school navragen of je een voltijd opleiding volgt en of je aan de voorwaarden voldoet om voor studiefinanciering of tegemoetkoming scholieren in aanmerking te komen. De gegevens over je opleiding staan ook in de onderwijsovereenkomst die je bij inschrijving met de school aangaat. Voor een deeltijdopleiding (deeltijd bol), bbl-opleiding of deeltijd vavo heb je geen recht op studiefinanciering of tegemoetkoming scholieren.
  • Voorbeeld 3 uit 6 eis

    Stel je wilt vanaf 1 september 2013 studiefinanciering voor een opleiding in het hoger onderwijs in het buitenland. Je woont vanaf 1 januari 2011 rechtmatig in Nederland. In dit geval kom je niet in aanmerking voor studiefinanciering, omdat je nog geen drie jaar legaal in Nederland hebt gewoond.
  • Voortgezet onderwijs

    Voorbeelden van voortgezet onderwijs: 

    • vmbo, mavo, havo en vwo 
    • praktijkonderwijs en lwoo 
    • voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (de 1- of 2-jarige vmbo-tl, mavo, havo of vwo)
  • Vrije instroom

    Er is sprake van vrije instroom bij opleiding waarvoor geen loting plaatsvindt.
  • Wettelijk collegegeld

    Als je aan de hier genoemde voorwaarden voldoet betaal je een vast bedrag aan collegegeld. Dit bedrag wordt jaarlijks wettelijk vastgesteld. Voor het studiejaar 2012-2013 is dit € 1771,- en voor het studiejaar 2013-2014 € 1835,-.
  • Wettelijk vertegenwoordiger

    De wettelijk vertegenwoordiger is de ouder of voogd die het gezag heeft over het kind. De wettelijk vertegenwoordiger kan de tegemoetkoming ouders aanvragen voor het kind.
  • Wo-bachelor-opleiding

    De opleiding is vergelijkbaar met een wo-bacheloropleiding. In Nederland wordt voor het geheel van een wo-bachelor een een wo-masteropleiding prestatiebeurs verstrekt gedurende de som van de op grond van de WHW vastgestelde nominale duur van de wo-bacheloropleiding (in beginsel drie jaren) en de nominale duur van de wo-masteropleiding (variabele duur). Voor het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding wordt bijvoorbeeld vijf jaren prestatiebeurs verstrekt. Als de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met de betreffende wo-bacheloropleiding wordt voor de buitenlandse opleiding vier jaren prestatiebeurs verstrekt. De studielast van de vergelijkbare opleiding in Nederland is drie jaren. De studielast van de betreffende opleiding in het buitenland wordt vastgesteld op drie jaren.
  • Wo-master

    Een wo-master is een universitaire master.
  • Woonadres

    Ontvang je studiefinanciering of tegemoetkoming scholieren? Dan ben je verplicht om je woonadres aan DUO door te geven. DUO controleert vervolgens of je op dit adres staat ingeschreven bij de gemeente.
A | B | C | D | E | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W